Onze Nederlandse
taal kent veel woorden die een klemtoon hebben, maar wat nu als je niet weet
waar die klemtoon ligt?
Dan kun je
vreemde woorden krijgen als je in moet burgeren of een kind bent die de taal
nog niet machtig is.
Denk aan
bommelding, dat word dan bommel-ding.
Of wissertje, dat word wis-erwtje.
Regent word
règènt en beneveld klinkt dan als benen-veld.
pijp étuitje word
pijpe-tuitje en benaderen word ben aderen.
Verwerpen klinkt dan als ver-werpen
als in gooien. En zo kunnen we nog wel een paar pagina's doorgaan.
Zelf heb ik ooit
ook voor de grap een inburgeringscursus gedaan op internet. Nou mooi dat ik
zakte als een baksteen.
Misschien komt
het wel omdat de cursus is ontworpen door de Delftse universiteit wie zal het
zeggen.
Met een 5,5 ben je
nèt ingeburgerd en met een score van 10 ben je een super burger.
Hier zomaar een idiote
vraag uit de test.
Welke traditie is
in de vorige eeuw ontstaan?
A. oliebollen
bakken
B: vuurwerk
afsteken met oudjaar
C: De
oudejaarsconference
Weten jullie het?
Nou ik wist het niet maar heb mooi even gespiekt op internet.
Het is dus
antwoord C. Dat je het maar weet als je op een feestje bent en iemand krijgt de
neiging dit soort idiote vragen te stellen.
Ik ben trouwens
gezakt met een 5.1.
Maar gelukkig heb
ik wel Jacques Dancona verslagen. Die kwam nl niet verder dan een 4.7.
Toch fijn om te
weten dat ik niet de domste Nederlander ben.
Ik ben trouwens
wel blij dat ik in Nederland woon, want met al die veldslagen om ons heen is
het hier nog redelijk te doen. Al moet je je niet in het criminele circuit
begeven, dan word je zonder meer op straat geliquideerd. Maar dat heeft ook
weer zo zijn voordelen. Want misschien roeit de criminaliteit zichzelf dan uit.
Toch wel handig misschien?
Nederland heeft
ook nadelen, maar dat is meer weer gerelateerd. En af en toe ook door de
hokjesgeest. Waar ik zelf trouwens nooit aan mee wens te doen. Ik heb nl. last
van claustrofobie.
Mijn enige fobie
gelukkig. En dat komt omdat ik als kind op de open dag van de Montessori school
door een rotjochie in een bezemkast op werd gesloten. Pas een uur later kwam
Zuster Ursula me bevrijden.
Maar dat joch was
misschien wel getroebleerd door al die nonnen om hem heen, wie zal het zeggen?
Dankzij hem durf
ik nog steeds niet in kleine hokjes te zitten. Dus heb ik al helemaal niets met
hokjes geesten.
Geesten vind ik
enge wezens namelijk, en niet omdat ze me doen denken aan spoken. Want daar was
ik als kind juist al gek op.
Wie kent nu niet
het spookje Casper, dat was toch een super lief en grappig spookje?
En het spook van
Suske en Wiske, Sus Antigoon met zijn drankfles aan zijn been geketend.
Hij was de
ontdekker van het eiland Amoras, en laat ik nu gek zijn op eilanden.
Dus dat schept
een band, dat snap je.
Het is niet voor
niets dat ik nu op een eiland woon.
Al hoewel ik daar
in eerste instantie niets van moest weten. Want dat was ik even vergeten, ik
had vroeger nog een fobie. Een stormfobie. Ik zeg met opzet had, want die ben
ik hier aan de kust wel kwijtgeraakt.
Maar in 1990 toen
ik voor twee jaar terug in Venray was gaan wonen. waaide door een storm van
windkracht 9 al onze pannen van het dak, en dat was me een geraas daar kunnen
de makkers van Sinterklaas nog een puntje aan zuigen.
Maar de eerste
beste dag dat ik hier op ons prachtige eiland woonde was
het ‘s nachts
windkracht 11,
En het mooiste
was dat er geen 1 dakpan van het dak waaide. Dus weg was mijn angst.
Fobieën zijn rare
dingen maar wel dingen die je dus zelf te lijf kunt gaan.
Misschien moet ik
Frank mijn man maar even vragen of hij me wil opsluiten in onze bezemkast zodat
ik ook van mijn laatste fobie verlost word.

mooi verslag, en ja menig nl zou daarvoor zakken, en ja je woont op een prachtig en mooi eiland, gr tjad
BeantwoordenVerwijderen